Maar gelachen hebben we…

Chauffeursnieuws

Maar gelachen hebben we…

Even voor Oslo had je hotel/restaurant Lompa. Half Europa zat, lag of hing in de Lompa, of Lumpa afkorting van hotel-restaurant en andere zaken: Olympus.

Een koosnaam voor de Noren die door elke chauffeur geheiligd en als zodanig met dezelfde respect werd uitgesproken. Alles maakte je er mee. Maar vooral was de Lompa fameus om haar uitstekende keuken. Een bron van genoegen voor elke chauffeur.

Je had er douches die, in mijn tijd (19) zeldzaam waren voor de broodnodige hygiëne. Je kon er blijven slapen tegen meer dan redelijke prijzen maar bovenal de keuken was goed. Een ongeëvenaard stuk paradijs die, voor wie het zich veroorloven konden, een oase van rust vormde om na de ellenlange kilometers weer op sterkte te komen.
Een plaats ook die ruim voorzien was van alle geneugten die zich bij een jonge chauffeur op zijn lange reizen stilaan opstapelden. Alle chauffeurs uit alle landen van dit continent waren hier te vinden, van Spanjaarden tot Zweden, van Finnen tot Fransen en van Hollanders tot Grieken. En of de duivel er mee speelde, er was altijd wat te doen. Ik heb zelfs jaren het vermoed en gehad dat de eigenaar daar zelfs mensen voor inhuurde. Maar zoiets te bewijzen is moeilijk zo niet onmogelijk. Zo kwam het een keer voor dat die gasten van Sties, (kwamen die gasten nou uit Stavanger en Oslo?) nou ja, ze kregen een partij heibel met een zooi Duitse Moffen en een zooi Oostenrijkers! (Ik heb die twee nooit goed uit elkaar kunnen houden.)

Dat gescheld ging al gauw over in gooien met flessen kortom, de rapen waren gaar, en een gevecht brak los die ze in de tachtigjarige oorlog nog niet gezien hadden.
Wij zaten achterin drie banken van de bar en hadden een schitterend uitzicht op deze heksenketel toen er eerst zo’n klein ventje door de lucht heen vloog die met een sierlijke boog op de rand van die met leer beklede banken terechtkwam. Overal had hij terecht kunnen komen behalve op die houten rand, die hem toch al gauw zes nieuwe voortanden kostte.
Dat kan ook door die klap gekomen zijn die hij van zijn opponent, Hagar, had gehad. Hagar was nou precies het tegenovergestelde wat je ervan zou verwachten; een Noor maar vooral een klein schier doch pezig mannetje. Toen dat kleine ventje weer opstond, wat het zo goed een Oostenrijker als een Duitser had kunnen zijn, spoog zijn tanden als een handje Chicklets op de vloer op de vloer. Wie nou denkt dat hij zijn vet gehad heeft zit fout! Hij dook zo weer terug in die grote kluwen vechtende bende waarbij wij ook nog uitgenodigd werden voor een vuistgevecht of erger, waarop wij dit gebaar vriendelijk doch zeer bewust van de hand hebben gewezen. Dat werd met algehele stemmen van zo’n beetje iedereen in dit etablissement met boegeroep beloond. Op een gegeven moment deden we maar mee alsof het er allemaal bij hoorde en vielen al snel vechtend in de armen van oom agent die ons al snel in een cel van het dichtstbijzijnde bureau meenamen en ons allen nog een tijdlang hebben vastgehouden. Nadat we tweemaal waren verhoord naar de oorzaak, waarvan wij natuurlijk geen idee hadden, en het betalen van een flinke boete en de schade aan de Lumpa, mochten wij weer gaan!

Ik kwam er met twee blauwe ogen relatief goed vanaf ten opzichte van mijn maat C. “Maaw, de folgende keew,” begon hij met zijn tanden in zijn hand,”de volgende keer krijgen fe fe wew!”
“Ja hoor, C., ik kan niet wachten!”
Het restaurant is daarna twee weken dicht geweest voor herstelwerkzaamheden
Hebbie hier wat an? Nee, natuurlijk niet het is zonde van de ruimte in je kop, maar we hebben er wel ontzettend veel en vaak gelachen. En dat was toch waar het om ging.

Aad Alleblas.

Reacties